Ook de nieuwe Warmtewet vormt een goede reden om aan energiebesparing te gaan doen. De Woonbond en Vereniging Eigen Huis (VEH) hebben berekend dat honderdduizenden huishoudens 50 tot 150 euro per jaar meer gaan betalen voor stadsverwarming als gevolg van deze nieuwe wet.
Sinds 2003 is de Warmtewet in ontwikkeling. Deze wet moet huishoudens die zijn aangesloten op een collectieve verwarmingsinstallatie, waaronder stadsverwarming, onder andere beschermen tegen te hoge energietarieven. Deze huishoudens kunnen niet zelf hun leverancier kiezen en zijn dus afhankelijk van een monopolist. De Algemene Rekenkamer stelde in 2007 vast dat 'de tarieven voor stadsverwarming niet onafhankelijk en objectief tot stand komen en dat onafhankelijk toezicht hierop ontbreekt' en dat 'bewoners van nieuwe woningen met stadsverwarming ten opzichte van nieuwe woningen met gasverwarming waarschijnlijk te veel betalen.' De Woonbond en VEH stellen nu dat de nieuwe wet dus geen enkele bescherming biedt. Door het wetsvoorstel dat nu bij de Kamer ligt, kan de huidige prijs voor stadsverwarming, volgens de Nederlandse Mededingingsautoriteit, voor drie van de vier grote netten (266.000 verbruikers) gemiddeld 5 tot 15 procent stijgen (50 tot 150 euro per jaar). Slechts bij één van de vier netten (Purmerend, 24.000 verbruikers) gaat de prijs gemiddeld met 5 procent omlaag (50 euro per jaar).
De Woonbond en Vereniging Eigen Huis, gesteund door de Consumentenbond en vele bewonersgroepen, vinden dat de in ontwikkeling zijnde Warmtewet na al die jaren nog altijd zeer consumentonvriendelijk is. De prijzen gaan voor een grote groep huishoudens met stadsverwarming zomaar omhoog, terwijl de betreffende regelgeving nog altijd ondoorgrondelijk is. Naast huishoudens met stadsverwarming, vallen inmiddels ook huishoudens met een andere collectieve verwarmingsinstallatie, zoals blokverwarming, onder het wetsvoorstel. Daardoor gaat de Warmtewet voor zo’n 10 procent van de Nederlandse woningen gelden.
