Voor vier op de vijf huishoudens is het rendabel om één of meer energiebesparende maatregelen te installeren in hun woning.
Gemiddeld kan daardoor 22 procent bespaard worden op de energierekening. In de praktijk blijken er grote verschillen tussen huishoudens te bestaan. Vooral het individuele stookgedrag van huishoudens bepaalt of een investering loont of niet. Dit blijkt uit analyses die het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) heeft gemaakt van de kosteneffectiviteit van energiebesparingsmaatregelen in Nederlandse huishoudens.
Energiebesparing is niet alleen een middel om de broeikasgasemissies terug te dringen, maar wordt daarnaast gezien als belangrijk instrument om woonlasten te verlagen. Als een woningeigenaar deze investeringen kan financieren door middel van een hypotheek, profiteert hij van de voordelen van de hypotheekrenteaftrek en kan hij de kosten over langere tijd uitsmeren. De baten zijn dan meestal hoger dan de kosten.
Het is belangrijk om rekening te houden met verschillen tussen huishoudens. Het blijkt dat niet het type woning of gezinsgrootte, maar vooral stookgedrag bepaalt of en hoeveel een huishouden kan besparen op haar woonlasten. Op gas dat niet gebruikt wordt, kan ook niet worden bespaard. Wanneer een huishouden dus relatief weinig stookt, bijvoorbeeld omdat de bewoners veel weg zijn, kan ook minder bespaard worden. Door dit verschil kan de terugverdientijd van maatregelen in het ene huishouden drie keer hoger zijn dan in een ander huishouden. Beleidsmakers moeten hier rekening mee houden. Zeker als investeringen in energiebesparing verplicht zouden worden opgelegd, kan dit voor sommige huishoudens leiden tot hogere in plaats van lagere kosten.
